Lekkerbekken in Deux Sevres

Vanzelfsprekend kent ook onze streek haar eigen specifieke streekgerechten en specialiteiten. Beroemd is de palingschotel Matelote d’anguilles, uit de omgeving van de Marais. Maar er is nog veel meer. Iedereen zou eigenlijk een keer de Sauce aux Lumas moeten proberen: slakken in een rode wijn saus. Grote stukken vlees zijn hier ook favoriet. Geitenlam, schapenbout of boerenham, gemarineerd in groene knoflook en zout en daarna gegrild.
Doordat een deel van de regio aan de kust ligt, neemt vis en seafood ook een belangrijke plaats in op het menu.

Rechtstreeks bij de boer
Het wemelt van de geitekaasleveranciers in de buurt: vaak hebben deze de naam van de de plaats waarin de boerderij zich bevindt. Let terwijl u rondrijdt ook op alle borden langs de kant van de weg: wat is er tenslotte beter dan lekkere produkten rechtstreeks bij de boer of de producent kopen?
Ook voor de ‘wat minder avontuurlijke’ eter is er voldoende te genieten: Ambachtelijke slagers, gezellige dorpsrestaurants, chique en michelin-sterwaardige restaurants en pizzeria’s. In de dorpskern van Vasles staat in het seizoen bijna elke dag van een de week een andere ‘foodtruck’. Op zondag kunt u lekker een gegrild kippetje halen bij de slager van Vasles.

Zowel in Ménigoute als in Vasles vindt u een bakker, waar u zeven dagen per week terecht kunt voor verse croissants en knapperige stokbroden.
Er zijn natuurlijk ook allerlei zoete specialiteiten: allerlei soorten taart en gebak. Het meest traditioneel is de “Broyé du Poitou’ een harde boterkoek die zich overal mee laat combineren. Traditioneel werd deze geserveerd bij jaarmarkten en grote recepties. De bedoeling is dat u de koek verdeeld door in het midden een harde klap te geven. De brosse koek valt dan in stukjes uit elkaar en iedereen neemt het stukje wat past bij zijn trek en behoefte.
Misschien een leuk idee om deze een keer thuis te maken als voorbereiding op uw vakantie?

Ingredienten:
1 ei en 1 eidooier
125 gram suiker
125 gram roomboter
250 gram bloem
1 snufje zout

Klop met een garde het ei los en klop de suiker en het zout erdoor heen totdat er een glad wit mengsel ontstaat. Doe daarna de (zachte) boter in stukjes er doorheen en daarna de bloem. Kneed het daarna met uw vingers tot een soepel deeg. Let op: als u te lang kneedt wordt de koek harder, stop dus op tijd!
Laat het deeg een uur rusten in de koelkast.
Daarna rolt u er een ronde schijf van met een dikte van ongeveer 1 cm. Bestrijk deze met het eiwit dat u heeft losgeklopt met een klein beetje water. Zo krijgt u tijdens het bakken een heerlijke krokante en goudgele korst.
Bak de koek in 35 minuten af op 160 graden.
Eet smakelijk!